Art. 8 Verordening (EEG) nr. 822/87
1. Elke natuurlijke of rechtspersoon of groepering van personen die voornemens is tot een nieuwe aanplant van wijnstokken als bedoeld in artikel 6 of artikel 9, lid 2, derde alinea, over te gaan, vraagt de door de Lid-Staten aangewezen instanties hiertoe schriftelijk om toestemming vóór een door deze instanties vast te stellen datum .
2. Ten einde de controles door de bevoegde instanties te organiseren, kunnen de Lid -Staten bepalen dat elke natuurlijke of rechtspersoon of groepering van personen die voornemens is over te gaan tot rooiing, tot een toegestane herbeplanting of tot nieuwe aanplant van wijnstokken de bevoegde instantie daarvan schriftelijk in kennis stelt binnen een door die instantie vast te stellen termijn .
Elke natuurlijke of rechtspersoon of groepering van personen die tot rooiing, herbeplanting of nieuwe aanplant van wijnstokken is overgegaan, stelt de bevoegde instantie van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan deze werkzaamheden hebben plaatsgevonden, daarvan schriftelijk in kennis binnen een door die instantie vast te stellen termijn .
3. Toegestane nieuwe aanplant van wijnstokken kan plaatsvinden vóór het einde van het tweede wijnoogstjaar dat volgt op dat waarin de toestemming is gegeven .