Art. 6 Verordening (EEG) nr. 822/87
1. Tot en met 31 augustus 1990 is elke nieuwe aanplant van wijnstokken verboden .
De Lid-Staten kunnen evenwel vergunningen tot nieuwe aanplant verlenen voor oppervlakten die zijn bestemd voor de produktie van v.q.p.r.d . waarvoor de Commissie heeft erkend dat de produktie, gezien haar kwaliteitskenmerken, ver bij de vraag achterblijft .
2. In afwijking van lid 1 kunnen de Lid-Staten vergunningen voor nieuwe aanplant verlenen :
-voor oppervlakten die bestemd zijn voor de teelt van moederplanten voor het enten van wijnstokken;
-voor oppervlakten die bestemd zijn voor nieuwe aanplant in het kader van ruilverkavelingen of onteigeningen ten algemenen nutte krachtens de geldende nationale wetgevingen;
-in de Lid-Staten waar de produktie van v.q.p.r.d . in de wijnoogstjaren 1975/1976, 1976/1977 en 1977/1978 minder bedroeg dan 60 % van de totale wijnproduktie, voor de oppervlakten die bestemd zijn voor nieuwe aanplant ter uitvoering van ontwikkelingsplannen voor landbouwbedrijven onder de in Richtlijn 72/159/EEG(12 ) omschreven voorwaarden;
-voor oppervlakten die bestemd zijn voor wijnbouwexperimenten .
3. Van druiven afkomstig van wijnstokken die in strijd met de communautaire of nationale bepalingen inzake nieuwe aanplanten in de zin van bijlage V zijn geplant, mag geen tafelwijn worden bereid . De van deze druiven bereide produkten mogen uitsluitend voor distillatie in het verkeer worden gebracht . Op basis van deze produkten mag echter geen alcohol worden bereid met een alcohol-volumegehalte van 80 % vol of minder .
4. Tot de in lid 1, tweede alinea, bedoelde erkenning wordt op verzoek van een Lid-Staat volgens de procedure van artikel 83 besloten .
De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden volgens dezelfde procedure vastgesteld .