Art. 3 Verordening (EEG) nr. 822/87
1. Ieder jaar
a)doen de producenten van voor de wijnbereiding bestemde druiven, alsmede de producenten van most en wijn, opgave van de hoeveelheden produkten van de laatste oogst;
b)doen de producenten van druivemost en van wijn en de handelaren, met uitzondering van de kleinhandelaren, opgave van de hoeveelheden druivemost en wijn die zij in hun bezit hebben, ongeacht of deze afkomstig zijn van de oogst van dat jaar of van vorige oogsten . Uit derde landen ingevoerde druivemost en wijn worden afzonderlijk vermeld .
2. Voor zover de ontwikkeling van het gemeenschappelijk wijnbouwbeleid niet vereist dat de opgaven van de voorraden vóór de oogst worden gedaan op een volgens de procedure van artikel 83 vast te stellen datum, worden in elke Lid-Staat de opgaven van oogsten en voorraden gelijktijdig, en uiterlijk op 31 december, gedaan .
3. Deze bepaling belet niet dat door sommige Lid-Staten voor de opgave van voorraden, enerzijds, en van oogsten, anderzijds, twee verschillende data worden aangehouden, op voorwaarde dat de verzamelde gegevens zodanig worden bijgewerkt dat zij op communautair niveau bruikbaar blijven .
4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 .