Art. 22 Verordening (EEG) nr. 822/87
1. Verzoeten van tafelwijn is :
a)wanneer de voor de bereiding hiervan gebruikte verse
druiven, druivemost, gedeeltelijk gegiste druivemost, jonge nog gistende wijn, wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt of de tafelwijn zelf, reeds één van de in artikel 19, lid 1, bedoelde bewerkingen hebben ondergaan, slechts geoorloofd met gebruikmaking van druivemost waarvan het totale alcohol-volumegehalte ten hoogste gelijk is aan dat van de betrokken tafelwijn;
b)wanneer de onder a ) bedoelde produkten geen van de in artikel 19, lid 1, bedoelde bewerkingen hebben ondergaan, slechts geoorloofd met gebruikmaking van geconcentreerde druivemost, gerectificeerde geconcentreerde druivemost of druivemost, mits het totale alcohol -
volumegehalte van de betrokken tafelwijn met niet meer dan 2 % vol wordt verhoogd .
2. Verzoeten van ingevoerde wijn die bestemd is voor rechtstreekse menselijke consumptie en die wordt aangeduid met een geografische benaming is op het grondgebied van de Gemeenschap verboden .
Voor verzoeten van ingevoerde wijn, andere dan bedoeld in de eerste alinea, gelden nader te bepalen regels .
3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 .