Art. 19 Verordening (EEG) nr. 822/87
1. Verhoging van het in artikel 18 bedoelde natuurlijke alcohol-volumegehalte mag slechts als volgt geschieden :
a)voor verse druiven, gedeeltelijk gegiste druivemost of jonge, nog gistende wijn : door toevoeging van saccharose, geconcentreerde druivemost of gerectificeerde geconcentreerde druivemost,
b)voor druivemost : door toevoeging van saccharose, geconcentreerde druivemost of gerectificeerde geconcentreerde druivemost of door gedeeltelijke concentratie,
c)voor wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt, en tafelwijn : door gedeeltelijke concentratie door afkoeling .
2. Gebruikmaking van één van de in lid 1 bedoelde bewerkingen sluit gebruikmaking van de overige uit .
3. De in lid 1, onder a ) en b ), bedoelde toevoeging van saccharose mag slechts geschieden door toevoeging van droge suiker en uitsluitend in wijnbouwstreken waar overeenkomstig de op 8 mei 1970 bestaande wetgeving zulks van oudsher of bij uitzondering plaatsvindt .
4. Toevoeging van geconcentreerde druivemost of gerectificeerde geconcentreerde druivemost mag niet leiden tot een toeneming van het oorspronkelijke volume getreden verse druiven, druivemost, gedeeltelijk gegiste druiven of jonge, nog gistende wijn met meer dan onderscheidenlijk 11 % in wijnbouwzone A, 8 % in wijnbouwzone B en 6,5 % in de wijnbouwzones C .
Bij toepassing van artikel 18, lid 2, wordt de maximaal toelaatbare toeneming van het volume onderscheidenlijk 15 % voor wijnbouwzone A en 11 % voor wijnbouw -
zone B .
5. Concentratie mag niet tot gevolg hebben dat het oorspronkelijke volume van de hoeveelheid druivemost, wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt of tafelwijn, welke deze bewerking hebben ondergaan, met meer dan 20 % afneemt, en in geen geval dat het natuurlijke alcohol -
volumegehalte van genoemde produkten met meer dan
2 % vol wordt verhoogd .
6. In geen geval mogen bedoelde bewerkingen tot gevolg hebben dat het totale alcohol-volumegehalte van verse druiven, druivemost, gedeeltelijk gegiste druivemost, jonge, nog gistende wijn, wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt, of tafelwijn, welke deze bewerking hebben ondergaan, meer gaat bedragen dan 11,5 % vol in wijnbouwzone A, 12 % vol in wijnbouwzone B, 12,5 % vol in de wijnbouwzones C I a ) en C I b ), 13 % vol in wijnbouwzone C II, en 13,5 % vol in de wijnbouwzones C III .
Voor rode wijn mag evenwel het totale alcohol-volumegehalte van de in de voorgaande alinea genoemde produkten in wijnbouwzone A tot 12 % vol en in wijnbouwzone B tot 12,5 % vol worden verhoogd .
7. Wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt en tafelwijn mogen niet worden geconcentreerd, wanneer de produkten waaruit zij zijn verkregen één van de in lid 1, onder a ) en b ), bedoelde bewerkingen hebben ondergaan .
8. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 .