Art. 26 Verordening (EEG) nr. 822/87

Verordening (EEG) nr. 822/87

1. Voor experimentele doeleinden kan iedere Lid-Staat voor een periode van ten hoogste drie jaar toepassing toestaan van bepaalde oenologische procédés of behandelingen die niet in deze verordening zijn genoemd, op voorwaarde dat :

-de bij de procédés of behandelingen betrokken hoeveelheden 50 000 hectoliter per jaar en per experiment niet te boven gaan;

-de verkregen produkten niet worden verzonden buiten de Lid-Staat op het grondgebied waarvan het experiment heeft plaatsgevonden .

2. Vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde periode verstrekt de betrokken Lid-Staat aan de Commissie een verslag over het toegestane experiment . De Commissie stelt de andere Lid-Staten in kennis van het resultaat van dit experiment . De betrokken Lid-Staat kan, in voorkomend geval, op grond van dit resultaat aan de Commissie een verzoek voorleggen om het genoemde experiment, eventueel met betrekking tot grotere hoeveelheden dan die van het eerste experiment, gedurende een nieuwe periode van ten hoogste drie jaar voort te zetten . Ter staving van zijn verzoek legt de betrokken Lid-Staat een desbetreffend dossier voor .

3. De Commissie besluit over het in lid 2 bedoelde verzoek volgens de procedure van artikel 83; zij kan tegelijkertijd besluiten dat het experiment onder dezelfde voorwaarden in andere Lid-Staten mag worden voortgezet .

4. Na alle inlichtingen over het betrokken experiment te hebben ingewonnen, kan de Commissie aan het einde van de in lid 1 en, in voorkomend geval van de in lid 2 bedoelde periode, aan de Raad een voorstel voorleggen tot definitieve toelating van het oenologische procédé of de oenologische behandeling waarmee is geëxperimenteerd . In dat geval neemt de Raad een besluit met gekwalificeerde meerderheid .

5. De utivoeringsbepalingen van dit artikel worden, zo nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 .

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen