Art. 15 Verordening (EEG) nr. 822/87

Verordening (EEG) nr. 822/87

1. Voor de in de punten 1 tot en met 7, 10 tot en met 13 en 15 van bijlage I omschreven produkten, alsmede voor geconcentreerde druivemost, gerectificeerde geconcentreerde druivemost en mousserende wijn als omschreven overeenkomstig artikel 1, lid 4, tweede alinea, zijn alleen de oenologische procédés en behandelingen toegestaan die worden genoemd in deze titel, in bijlage VI of in andere communautaire bepalingen die op de wijnsector van toepassing zijn .

2. In afwijking van lid 1 mogen de Lid-Staten met betrekking tot de in bijlage VI bedoelde oenologische procédés en behandelingen strengere voorwaarden stellen ter instandhouding van de wezenlijke kenmerken van de v.q.p.r.d . alsmede van die van de overeenkomstig artikel 72, lid 2, aangeduide tafelwijnzen die op hun grondgebied zijn geproduceerd .

De Lid-Staten brengen de uit hoofde van de eerste alinea vastgestelde voorschriften ter kennis van de Commissie .

De Commissie neemt de nodige maatregelen om deze voorschriften ter kennis van de andere Lid-Staten te brengen .

3. De zuiverheids - en identiteitsspecificaties voor de in bijlage VI genoemde oenologische stoffen zijn die welke bij de ter zake geldende communautaire bepalingen zijn vastgesteld of, bij gebreke daarvan, die welke met de nationale wetgeving in overeenstemming zijn .

4. Behoudens afwijkingen waartoe de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, is toevoeging van water aan de in artikel 1 genoemde produkten verboden . Oplossing van bepaalde oenologische stoffen in water is evenwel toegestaan, wanneer dat voor het gebruik van die stoffen onontbeerlijk is .

5. De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, voor de in lid 1 bedoelde produkten de toepassing van de in bijlage VI genoemde oenologische procédés of behandelingen beperken of verbieden .

6. Volgens de procedure van artikel 83 worden vastgesteld :

-de regels voor de vergelijkbaarheid van bepaalde, in derde landen toegepaste oenologische procédés en behandelingen met die bedoeld in bijlage VI,

-de voorwaarden waaronder de Lid-Staten tot een nader te bepalen datum het gebruik van appelzuur voor de aanzuring van op hun grondgebied voortgebrachte wijn moget toestaan,

-de overige uitvoeringsbepalingen van dit artikel .

Vorige artikelen

Volgende artikelen