Art. 16 Verordening (EEG) nr. 4056/86, Verzoek om inlichtingen

Verordening (EEG) nr. 4056/86

1. Ter vervulling van de taken welke haar zijn opgedragen in deze verordening, kan de Commissie alle noodzakelijke inlichtingen inwinnen bij de regeringen en de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten, alsmede bij ondernemingen en ondernemersverenigingen.

2. Wanneer de Commissie tot een onderneming of een ondernemersvereniging een verzoek om inlichtingen richt, zendt zij gelijktijdig een afschrift van dit verzoek aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op welks grondgebied de zetel van die onderneming of ondernemersvereniging zich bevindt.

3. In haar verzoek geeft de Commissie de rechtsgrond en het doel van dit verzoek aan; tevens wijst zij op de sancties waarin artikel 19, lid 1, onder b), voorziet voor het verstrekken van een onjuiste inlichting.

4. Tot het verstrekken van de gevraagde inlichtingen zijn verplicht: de eigenaren van een onderneming of degenen

die hen vertegenwoordigen en, in het geval van rechtspersonen, vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, degenen die volgens de wet of de statuten belast zijn met de vertegenwoordiging.

5. Indien een onderneming of ondernemersvereniging de gevraagde inlichtingen binnen de door de Commissie gestelde termijn niet, dan wel onvolledig verstrekt, verlangt de Commissie de inlichtingen bij beschikking. Deze beschikking omschrijft de gevraagde inlichtingen, stelt een passende termijn vast binnen welke deze moeten worden verstrekt, en wijst op de in artikel 19, lid 1, onder b), en in artikel 20, lid 1, onder c), voorziene sancties, alsmede op het recht om tegen de beschikking in beroep te gaan bij het Hof van Justitie.

6. De Commissie zendt tegelijkertijd een afschrift van haar beschikking aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op welks grondgebied zich de zetel van de onderneming of de ondernemersvereniging bevindt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen