Art. 12 Verordening (EEG) nr. 4056/86, Toepassing van artikel 85, lid 3 - verzetprocedure

Verordening (EEG) nr. 4056/86

1. Ondernemingen en ondernemersverenigingen die ten gunste van de overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen als bedoeld in artikel 85, lid 1, waaraan zij deelnemen, een beroep wensen te doen op artikel 85, lid 3, dienen een verzoek bij de Commissie in.

2. Indien de Commissie het verzoek ontvankelijk acht maakt zij, zodra zij over alle stukken van het dossier beschikt en op voorwaarde dat er geen procedure op grond van artikel 10 tegen de overeenkomst, het besluit of de onderling afgestemde feitelijke gedraging is ingeleid, zo spoedig mogelijk in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen de essentiële inhoud van het verzoek bekend en nodigt zij alle belanghebbende derden en de Lid-Staten uit, haar binnen 30 dagen hun opmerkingen kenbaar te maken. Bij de bekendmaking wordt rekening gehouden met het rechtmatige belang van de ondernemingen dat hun zakengeheimen niet aan de openbaarheid worden prijsgegeven.

3. Indien de Commissie de ondernemingen die haar daartoe een verzoek hebben gedaan, niet binnen 90 dagen, te rekenen vanaf de dag van de bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, mededeelt dat ten aanzien van de toepasselijkheid van artikel 85, lid 3, ernstige twijfel bestaat, wordt de overeenkomst, het besluit of de onderling afgestemde feitelijke gedraging zoals in het verzoek beschreven, geacht voor de voorafgaande tijd en voor ten hoogste zes jaar na de dag van de bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen van het verbod vrijgesteld te zijn.

Indien de Commissie na afloop van de termijn van 90 dagen, maar vóór het aflopen van de termijn van zes jaar vaststelt dat aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 85, lid 3, niet is voldaan, geeft zij een beschikking waarin het verbod van artikel 85, lid 1, van toepassing wordt verklaard. Deze beschikking kan terugwerkende kracht hebben indien de betrokkenen onjuiste gegevens hebben verstrekt of indien zij misbruik maken van de vrijstelling van het bepaalde in artikel 85, lid 1.

4. De Commissie kan de verzoekende ondernemingen de in de eerste alinea van lid 3 bedoelde mededeling toezenden en dient, indien een Lid-Staat erom verzoekt, dit te doen binnen een termijn van 45 dagen nadat het verzoek van deze ondernemingen aan deze Lid-Staat is toegezonden uit hoofde van artikel 15, lid 2. Het verzoek van de Lid-Staat dient gestaafd te zijn met overwegingen met betrekking tot de mededingingsregels van het Verdrag.

Indien de Commissie vaststelt dat aan de voorwaarden van

artikel 85, leden 1 en 3, is voldaan, geeft zij een beschikking tot toepassing van artikel 85, lid 3. In deze beschikking wordt

de datum vermeld, met ingang waarvan zij van kracht wordt. Dit kan een vroegere datum zijn dan die van het verzoek.

Vorige artikelen

Volgende artikelen