Art. 20 Verordening (EEG) nr. 4056/86, Dwangsommen
1. De Commissie kan bij beschikking aan ondernemingen of ondernemersverenigingen dwangsommen opleggen ten bedrage van ten minste vijftig en ten hoogste duizend Ecu voor elke dag waarmede de in de beschikking gestelde termijn wordt overschreden, ten einde hen te dwingen:
a) een einde te maken aan een inbreuk op artikel 85, lid 1, of artikel 86, van het Verdrag, waarvan zij de beëindiging bevolen heeft krachtens artikel 11, of zich te houden aan een verplichting die hun is opgelegd krachtens artikel 7;
b) een krachtens artikel 13, lid 3, verboden handeling na te laten;
c) tot het volledig en juist verschaffen van een inlichting welke de Commissie heeft verlangd bij een krachtens artikel 16, lid 5, gegeven beschikking;
d) zich te onderwerpen aan een verificatie welke de Commissie bij een krachtens artikel 18, lid 3, gegeven beschikking heeft gelast.
2. Wanneer ondernemingen of ondernemersverenigingen de verplichting nagekomen zijn, ter afdwinging waarvan
de dwangsom was opgelegd, kan de Commissie vaststellen dat het uiteindelijk verschuldigde bedrag lager zal zijn dan het bedrag dat zou voortvloeien uit de oorspronkelijke beschikking.
3. Het bepaalde in artikel 15, leden 3 en 4, is van toepassing.