Art. 13 Verordening (EEG) nr. 4056/86, Geldigheidsduur en intrekking van de beschikkingen tot toepassing van artikel 85, lid 3
1. In de overeenkomstig artikel 11, lid 4, of artikel 12,
lid 4, tweede alinea, gegeven beschikking tot toepassing van artikel 85, lid 3, wordt aangegeven voor welke periode zij geldt; deze periode is over het algemeen niet korter dan zes jaar. De beschikking kan voorwaarden en verplichtingen inhouden.
2. De beschikking kan worden verlengd, indien de voorwaarden voor de toepassing van artikel 85, lid 3, vervuld blijven.
3. De Commissie kan haar beschikking intrekken of wijzigen, of de betrokkenen bepaalde handelingen verbieden:
a) indien de feitelijke omstandigheden op een voor de beschikking wezenlijk punt zijn gewijzigd,
b) indien de betrokkenen zich gedragen in strijd met een bij de beschikking opgelegde verplichting,
c) indien de beschikking berust op onjuiste inlichtingen of door bedrog is verkregen, of
d) indien de betrokkenen misbruik maken van de in de beschikking vervatte ontheffing van artikel 85, lid 1.
In de gevallen genoemd onder b), c) en d), kan de beschikking met terugwerkende kracht worden ingetrokken.