Art. 11 Verordening (EEG) nr. 4056/86, Resultaat van de procedures naar aanleiding van een klacht of ambtshalve

Verordening (EEG) nr. 4056/86

1. Indien de Commissie een inbreuk op artikel 85, lid 1, of artikel 86, van het Verdrag vaststelt, verplicht zij de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen bij beschikking aan de vastgestelde inbreuk een einde te maken.

Onverminderd de overige bepalingen van deze verordening, kan de Commissie alvorens een beschikking te nemen als bedoeld in de voorgaande alinea, aan de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen aanbevelingen doen om aan de inbreuk een einde te maken.

2. Lid 1 is eveneens van toepassing in het geval bedoeld in artikel 7 van deze verordening.

3. Indien de Commissie op grond van de haar bekende gegevens concludeert dat er geen aanleiding bestaat om krachtens artikel 85, lid 1, of artikel 86, van het Verdrag of krachtens artikel 7 van deze verordening op te treden tegen een overeenkomst, een besluit of een onderling afgestemde feitelijke gedraging, geeft zij, indien de procedure is ingeleid naar aanleiding van een klacht, een beschikking waarbij de klacht als ongegrond wordt afgewezen.

4. Indien de Commissie aan het eind van een naar aanleiding van een klacht of ambtshalve ingeleide procedure concludeert dat een overeenkomst, een besluit of een onderling afgestemde feitelijke gedraging voldoet aan de voor-

waarden van artikel 85, leden 1 en 3, van het Verdrag, geeft zij een beschikking tot toepassing van artikel 85, lid 3. In deze beschikking wordt de datum vermeld met ingang waarvan zij van kracht wordt. Dit kan een vroegere datum zijn dan die van de beschikking.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen