Art. 35 Verordening (EEG) nr. 337/79
1. Het verzoeten van tafelwijn is :
a) wanneer de voor de bereiding hiervan gebruikte verse druiven , druivemost , gedeeltelijk gegiste druivemost , jonge nog gistende wijn , wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt of de tafelwijn zelf reeds één van de in artikel 33 , lid 1 , bedoelde bewerkingen hebben ondergaan , slechts geoorloofd met gebruikmaking van druivemost waarvan het totale alcohol-volumegehalte ten hoogste gelijk is aan dat van de betrokken tafelwijn ;
b) wanneer de sub a ) bedoelde produkten geen van de in artikel 33 , lid 1 , bedoelde bewerkingen hebben ondergaan , slechts geoorloofd met gebruikmaking van geconcentreerde druivemost of druivemost , mits het totale alcohol-volumegehalte van de betrokken tafelwijn niet meer dan 2 % vol wordt verhoogd .
2. Het verzoeten van ingevoerde wijn die bestemd is voor rechtstreekse menselijke consumptie en die wordt aangeduid met een geografische benaming is op het grondgebied van de Gemeenschap verboden .
Voor het verzoeten van ingevoerde wijn , andere dan bedoeld in de eerste alinea , gelden nader te bepalen regels .
3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 67 .