Art. 31 Verordening (EEG) nr. 337/79

Verordening (EEG) nr. 337/79

1. Tot en met 31 maart 1980 is elke natuurlijke of rechtspersoon of groep van personen die , in de loop van het aan de gang zijnde wijnoogstjaar ,

- voornemens is over te gaan tot aanplant van of herbeplanting met wijnstokken , tot rooiing of tot stopzetting van de exploitatie van wijngaarden ,

- is overgegaan tot aanplant van of herbeplanting met wijnstokken , tot rooiing of tot stopzetting van de exploitatie van wijngaarden ,

gehouden hiervan kennis te geven aan de bevoegde dienst van de betrokken Lid-Staat voor een door deze Staat vast te stellen tijdstip .

De bevoegde dienst van de betrokken Lid-Staat bevestigt door de afgifte van een certificaat de ontvangst van de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving .

De Lid-Staten zenden jaarlijks aan de Commissie voor 15 januari en op basis van de in de eerste alinea bedoelde kennisgevingen een landelijk plan met :

- de oppervlakten die met wijnstokken zullen worden beplant of herbeplant , en van de oppervlakten die zullen worden gerooid of waar de exploitatie zal worden stopgezet ,

- de oppervlakten die zijn beplant , herbeplant , waar tot rooiing is overgegaan of waar de exploitaite is stopgezet , en

- de ontwikkeling van het produktiepotentieel zoals die er op grond van deze kennisgevingen uitziet .

Het in de derde alinea bedoelde plan wordt verstrekt voor de volgende geografische eenheden :

- voor de Bondsrepubliek Duitsland , de wijngebieden bepaald overeenkomstig artikel 2 van Verordening ( EEG ) nr . 338/79 ;

- voor Frankrijk : de in de bijlage bij Verordening ( EEG ) nr . 357/79 ( 14 ) vermelde departementen of groepen departementen ;

- voor Italië : de in bijlage III vermelde gebieden ;

- voor de overige betrokken Lid-Staten : hun gehele nationale grondgebied .

De Lid-Staten kunnen de in de eerste alinea bedoelde natuurlijke of rechtspersonen of groepen van personen vrijstellen van de in het tweede streepje van deze alinea bedoelde kennisgevingen , indien zij over deze gegevens beschikken op grond van andere verklaringen die zijn afgelegd op basis van officiële voorschriften .

2. De Raad stelt , op voorstel van de Commissie , met gekwalificeerde meerderheid van stemmen , voor 31 december 1979 de nodige maatregelen vast inzake verklaringen betreffende aanplant van of herbeplanting met wijnstokken , rooiing van of stopzetting van de exploitatie van wijngaarden , die met ingang van 1 april 1980 van toepassing zijn .

3. De Commissie legt elk jaar aan de Raad voor 1 april een verslag voor , dat in het bijzonder dient om de relatie tussen produktie en verbruik na te gaan en om de te verwachten ontwikkeling van deze relatie te schatten .

4. Dit verslag wordt opgesteld

a) tot en met 31 maart 1980 , aan de hand van de in lid 1 , derde alinea , bedoelde plannen ;

b) met ingang van 1 april 1980 op basis van de statistische enquêtes naar de landbouwoppervlakten , zoals bedoeld in Verordening ( EEG ) nr . 357/79 .

5. Indien uit dit verslag blijkt dat de produktie de tendens vertoont het te verwachten verbruik te overtreffen en derhalve het inkomen van de wijnbouwer in gevaar te brengen , stelt de Raad volgens de procedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag , in het kader van een bindend communautair programma de nodige bepalingen vast inzake aanplant en herbeplanting , ter voorkoming van structurele overschotten .

6. Het bepaalde in dit artikel vormt geen beletsel voor de toepassing van meer beperkende nationale voorschriften op het gebied van aanplant en herbeplanting .

7. De uitvoeringsbepalingen van de leden 1 , 3 en 4 , worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 67 .

Vorige artikelen

Volgende artikelen