Art. 30 Verordening (EEG) nr. 337/79
1. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften vast betreffende de indeling van de wijnstokrassen . Deze voorschriften behelzen met name :
- de indeling per administratieve eenheid of gedeelte van een administratieve eenheid in aanbevolen , toegestane en voorlopig toegestane wijnstokrassen ;
- de mogelijkheid voor een Lid-Staat om af te wijken van het bepaalde in lid 2 voor het onderzoek naar de geschiktheid van een wijnstokras voor de teelt , voor wetenschappelijk onderzoek , voor het selecteren en het kruisen , alsmede voor de produktie van voor de uitvoer bestemd vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken .
2. Onverminderd strengere communautaire bepalingen mogen voor aanplant , herbeplanting en overenting in de Gemeenschap slechts aanbevolen en toegestane rassen worden gebruikt .
3. De beëindiging van de teelt op percelen , beplant met
a) wijnstokrassen die op 31 december 1976 tot voorlopig toegestane rassen behoren , moet geschieden
- voor 31 december 1979 , wanneer het rassen betreft die zijn verkregen uit raskruisingen ( hybriden voor rechtstreekse teelt )
- voor 31 december 1983 , wanneer het andere rassen betreft ;
b) wijnstokrassen die na 31 december 1976 als voorlopig toegestane rassen zijn ingedeeld , moet geschieden uiterlijk vijftien jaar na de datum waarop dit ras aldus is ingedeeld .
Het handhaven van niet in de indeling genoemde wijnstokrassen is verboden .
4. De indeling van de wijnstokrassen en de andere toepassingsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 67 .