Art. 34 Verordening (EEG) nr. 337/79

Verordening (EEG) nr. 337/79

1. Verse druiven , druivemost , gedeeltelijk gegiste druivemost en jonge nog gistende wijn mogen :

- in de wijnbouwzones A , B , C I a ) en C I b ) , gedeeltelijk worden ontzuurd ,

- in wijnbouwzone C II , onverminderd het bepaalde in lid 3 , worden aangezuurd en ontzuurd ,

- in wijnbouwzone C III worden aangezuurd .

Aanzuring mag slechts plaatshebben tot een maximum van 1,50 g/l , uitgedrukt in wijnsteenzuur , dit is 20 milli-equivalent .

Voorts mag voor concentratie bestemde druivemost gedeeltelijk worden ontzuurd .

2. In jaren waarin zich uitzonderlijke weersomstandigheden hebben voorgedaan :

- kan extra aanzuring worden toegestaan tot een maximum van 1,50 g/l , uitgedrukt in wijnsteenzuur , dit is 20 milli-equivalent :

- voor de in lid 1 genoemde produkten uit de zones C II en C III

- of voor wijn uit dezelfde wijnbouwzones , mits de extra aanzuring plaatsvindt in de installaties van degene die de druiven en de druivemost waaruit de betrokken wijn is voortgebracht , heeft bewerkt ;

- kan aanzuring van de in lid 1 genoemde produkten worden toegestaan in de wijnbouwzones C I a ) en C I b ) onder de in lid 1 bedoelde voorwaarden voor wat de zones C II en C III betreft ;

- kan gedeeltelijke ontzuring van wijn uit de wijnbouwzones A , B , C I a ) , C I b ) en C II worden toegestaan op voorwaarde dat de ontzuring plaatsvindt in de installaties van degene die de druiven en de druivemost waaruit de betrokken wijn is voortgebracht , heeft bewerkt .

3. Behoudens van geval tot geval te bepalen afwijkingen sluiten aanzuring en verrijking alsmede aanzuring en ontzuring van een zelfde produkt elkaar uit .

4. De toestemming als bedoeld in lid 2 , de afwijkingen als bedoeld in lid 3 , alsmede de andere uitvoeringsbepalingen van dit artikel en met name de voorwaarden waaronder de in lid 2 bedoelde bewerkingen kunnen plaatsvinden , worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 67 .

Vorige artikelen

Volgende artikelen