Art. 33 Verordening (EEG) nr. 337/79
1. Verhoging van het in artikel 32 bedoelde natuurlijke alcohol-volumegehalte mag slechts als volgt geschieden :
a) voor verse druiven , gedeeltelijk gegiste druivemost of jonge nog gistende wijn , door toevoeging van saccharose of geconcentreerde druivemost ,
b) voor druivemost , door toevoeging van saccharose of geconcentreerde druivemost of door gedeeltelijke concentratie ,
c) voor wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt , en tafelwijn , door gedeeltelijke concentratie door afkoeling .
2. Gebruikmaking van één van de in lid 1 bedoelde bewerkingen sluit gebruikmaking van de andere uit .
3. De sub a ) en b ) van lid 1 bedoelde toevoeging van saccharose mag slechts geschieden door toevoeging van droge suiker en uitsluitend in wijnbouwstreken waar zulks van oudsher of bij uitzondering plaatsvindt overeenkomstig de op 8 mei 1970 bestaande wetgeving .
Tot en met 30 juni 1979 evenwel mag , in bepaalde wijnbouwstreken van wijnbouwzone A , de toevoeging van saccharose geschieden in waterige oplossing , mits de toename van het volume van het produkt waaraan de oplossing wordt toegevoegd niet meer bedraagt dan 15 % .
4. Toevoeging van geconcentreerde druivemost mag niet tot gevolg hebben dat het oorspronkelijke volume getreden verse druiven , druivemost , gedeeltelijk gegiste druivemost of jonge nog gistende wijn toeneemt met meer dan 11 % in wijnbouwzone A , 8 % in wijnbouwzone B en 6,5 % in de wijnbouwzones C .
Bij toepassing van artikel 32 , lid 2 , wordt de maximaal toelaatbare toename van het volume respectievelijk 15 % voor wijnbouwzone A en 11 % voor wijnbouwzone B .
5. Concentratie mag niet tot gevolg hebben dat het oorspronkelijke volume van de hoeveelheid druivemost , wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt of tafelwijn , welke deze bewerking hebben ondergaan , met meer dan 20 % afneemt , en in geen geval dat het natuurlijke alcohol-volumegehalte van genoemde produkten met meer dan 2 % vol wordt verhoogd .
6. In geen geval mogen bedoelde bewerkingen tot gevolg hebben dat het totale alcohol-volumegehalte van verse druiven , druivemost , gedeeltelijk gegiste druivemost , jonge nog gistende wijn , wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt , of tafelwijn , welke deze bewerking hebben ondergaan , meer gaat bedragen dan 11,5 % vol in wijnbouwzone A , 12 % vol in wijnbouwzone B , 12,5 % vol in de wijnbouwzones C I a ) en C I b ) , 13 % vol in wijnbouwzone C II , en 13,5 % vol in wijnbouwzone C III .
Voor rode wijn mag evenwel het totale alcohol-volumegehalte van de in de voorgaande alinea genoemde produkten in wijnbouwzone A 12 % vol en in wijnbouwzone B 12,5 % vol gaan bedragen .
7. Wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt en tafelwijn mogen niet worden geconcentreerd , wanneer de produkten waaruit zij zijn verkregen , één van de in lid 1 , sub a ) en b ) , bedoelde bewerkingen hebben ondergaan .
8. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 67 .