Art. 5 Richtlijn 79/112/EEG
1. De verkoopbenaming van een levensmiddel is de benaming vermeld in de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die daarop van toepassing zijn ; bij het ontbreken van dergelijke bepalingen , is de verkoopbenaming de benaming die in de Lid-Staat waarin het levensmiddel aan de eindverbruiker wordt verkocht , gebruikelijk is , dan wel een omschrijving van het levensmiddel en zo nodig van de wijze waarop dit kan worden gebruikt , die zo duidelijk is gesteld dat de koper de ware aard van het produkt kan begrijpen en het kan onderscheiden van soortgelijke produkten waarmede het zou kunnen worden verward .
2. Een fabrieks - of handelsmerk of een fantasienaam mag niet in de plaats treden van de verkoopbenaming .
3. De verkoopbenaming dient een aanwijzing te omvatten of vergezeld te zijn van een aanwijzing inzake de fysische toestand waarin het produkt zich bevindt of de specifieke behandeling die het heeft ondergaan ( bij voorbeeld poeder , gevriesdroogd , diepvries , concentraat , gerookt ) indien het weglaten van deze aanwijzing bij de koper verwarring zou kunnen doen ontstaan .