Art. 2 Richtlijn 79/112/EEG
1. De etikettering en de wijze waarop deze is uitgevoerd :
a) mogen de koper niet kunnen misleiden , onder meer :
i) ten aanzien van de kenmerken van het levensmiddel , en met name van de aard , identiteit , hoedanigheden , samenstelling , hoeveelheid , houdbaarheid , oorsprong of herkomst , wijze van vervaardiging of verkrijging ,
ii) door aan het levensmiddel effecten of eigenschappen toe te schrijven die het niet bezit ,
iii) door hem te suggereren dat het levensmiddel bijzondere kenmerken vertoont , hoewel alle soortgelijke levensmiddelen dezelfde kenmerken bezitten ;
b) mogen , onder voorbehoud van het bepaalde ten aanzien van voor een bijzondere voeding bestemde levensmiddelen , aan het levensmiddel geen eigenschappen toeschrijven inzake het voorkomen , behandelen of genezen van een ziekte van de mens of toespelingen maken op dergelijke eigenschappen ; in de communautaire voorschriften , en zo deze niet bestaan , in de nationale voorschriften mag in het geval van natuurlijk mineraalwater van deze regel worden afgeweken .
De procedure van artikel 16 is van toepassing op de eventuele nationale voorschriften .
2. Volgens de procedure van artikel 100 van het Verdrag stelt de Raad een niet-limitatieve lijst vast van de beweringen als bedoeld in lid 1 , waarvan het gebruik in elk geval moet worden verboden of beperkt .
3. De verbodsbepalingen of de beperkingen , bedoeld in de leden 1 en 2 , hebben eveneens betrekking op
a) de wijze van aanbieding van de levensmiddelen en met name de vorm of het uiterlijk van de levensmiddelen of de verpakking , het gebruikte verpakkingsmateriaal , de wijze waarop zij worden gepresenteerd , alsmede de omgeving waarin zij worden uitgestald ;
b) de reclame .