Art. 9 Verordening (EEG) nr. 2727/75
1. Een compenserende vergoeding kan worden verleend voor in de Gemeenschap geoogste zachte tarwe , durum tarwe , rogge , gerst en maïs , alsmede voor mout , die in voorraad zijn aan het einde van het verkoopseizoen .
Voor de Lid-Staten waarin de nieuwe oogst normaal voor het begin van het nieuwe verkoopseizoen beschikbaar is , kan echter volgens de in lid 6 bedoelde procedure worden besloten , dat de voorraad die aan het einde van het verkoopseizoen voor vergoeding in aanmerking kan komen , niet groter mag zijn dan die welke op een jaarlijks vast te stellen vroegere datum werd aangegeven .
De Raad beslist jaarlijks voor 15 maart op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen , of en zo ja , in welke mate , de in de vorige alinea genoemde produkten in aanmerking komen voor een comprenserende vergoeding .
2. Voor maïs wordt de compenserende vergoeding beperkt tot de hoeveelheden die zich in voorraad bevinden in de gebieden waar de produktie een overschot te zien geeft .
3. De compenserende vergoeding mag voor elk van deze granen niet hoger zijn dan het verschil tussen de richtprijs van de laatste maand van het verkoopseizoen en die van de eerste maand van het nieuwe verkoopseizoen .
4. De compenserende vergoeding wordt slechts verleend voor voorraden die een minimumhoeveelheid bedragen .
5. Volgens de in lid 1 , derde alinea , bedoelde procedure stelt de Raad het bedrag van de compenserende vergoedingen vast .
6. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel en met name de in lid 4 bedoelde minimumhoeveelheid , alsmede de categorieën van begunstigden , worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 .