Art. 14 Verordening (EEG) nr. 2727/75
1. Bij de invoer van in artikel 1 , sub d ) , bedoelde produkten wordt een heffing toegepast die uit twee elementen bestaat :
A . Een variabel element , waarvan de vaststelling en herziening forfaitair kunnen plaatsvinden , en
a) dat voor de verwerkte produkten , vervaardigd op basis van in artikel 1 , sub a ) , genoemde basisprodukten , overeenkomt met de invloed , uitgeoefend op de kostprijzen van deze verwerkte produkten door de voor deze basisprodukten vastgestelde heffingen ;
b) dat voor de verwerkte produkten die zowel basisprodukten , genoemd in artikel 1 , sub a ) , als andere produkten bevatten , eventueel wordt verhoogd met de invloed op hun kostprijs van de heffingen of douanerechten die op deze andere produkten worden toegepast ;
c) dat voor de produkten die geen basisprodukten , genoemd in artikel 1 , sub a ) , bevatten , wordt vastgesteld , rekening houdend met de marktomstandigheden van de in artikel 1 bedoelde produkten die daarmede in concurrentie staan .
B . Een vast element , vastgesteld met inachtneming van de noodzaak de verwerkende industrie te beschermen .
2. Ingeval de feitelijke aanbiedingen uit derde landen voor de in artikel 1 , sub d ) , bedoelde produkten niet overeenstemmen met de prijs die voortvloeit uit de met de verwerkingskosten verhoogde prijs van de daarin verwerkte basisprodukten , mag aan de overeenkomstig lid 1 vastgestelde heffing een aanvullend bedrag worden toegevoegd , dat volgens de procedure van artikel 26 wordt vastgesteld .
3. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de voorschriften voor de toepassing van dit artikel vast .
4. De Commissie stelt de in lid 1 bedoelde heffingen vast .