Art. 12 Verordening (EEG) nr. 2727/75

Verordening (EEG) nr. 2727/75

1. Voor alle invoer in of uitvoer uit de Gemeenschap van de in artikel 1 bedoelde produkten moet een in - of uitvoercertificaat worden overgelegd , dat door de Lid-Staten aan elke belanghebbende die daartoe het verzoek doet wordt afgegeven , ongeacht de plaats van zijn vestiging in de Gemeenschap . Wanneer de heffing of restitutie vooraf wordt vastgesteld , wordt de voorafgaande vaststelling opgenomen in het certificaat , dat tot bewijs van deze voorafgaande vaststelling dient .

De afgifte van invoercertificaten voor tarwe en meel van tarwe wordt echter geschorst voor wat betreft de invoer uit landen die geen landen-landen van het Tarwehandelsverdrag zijn , indien de nakoming van de in het kader van dit Verdrag aangegane verplichtingen dit vereist .

Het in - of uitvoercertificaat is geldig in de gehele Gemeenschap . De afgifte van deze certificaten is afhankelijk van het stellen van een waarborg , als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot in - of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat ; deze waarborg wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd indien de transactie niet of slechts ten dele binnen deze termijn plaatsvindt .

2. De geldigheidsduur van deze certificaten en de overige voorschriften voor de toepassing van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 .

Vorige artikelen

Volgende artikelen