Art. 14 Richtlijn 70/457/EEG
1. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat een ras van hun lijst wordt afgevoerd indien de toelating van dit ras wordt ingetrokken of indien de geldigheidsduur van de toelating is verstreken .
2. De Lid-Staten kunnen voor hun grondgebied een termijn van maximaal drie jaar na het einde van de toelating toestaan voor de afzet van zaaizaad of pootgoed .