Art. 11 Richtlijn 70/457/EEG
1. De Lid-Staten schrijven voor dat de toegelaten rassen systematisch in stand moeten worden gehouden .
2. De instandhouding moet altijd gecontroleerd kunnen worden aan de hand van aantekeningen , gemaakt door de voor het ras verantwoordelijke persoon of personen . Deze aantekeningen moeten eveneens betrekking hebben op de produktie van alle aan het basiszaad of basispootgoed voorafgaande generaties .
3. Aan de voor het ras verantwoordelijke personen kunnen monsters worden gevraagd . Zo nodig kunnen deze officieel worden genomen .
4. Wanneer de instandhouding geschiedt in een andere Lid-Staat dan die waar het ras is toegelaten , verlenen de betrokken Lid-Staten elkander bij de controle officiële medewerking .