Art. 12 Richtlijn 70/457/EEG
1. De toelating van een ras geldt tot aan het einde van het tiende kalenderjaar na de toelating .
2. De toelating van een ras kan telkens voor een bepaalde termijn worden verlengd , wanneer dit gerechtvaardigd is op grond van het belang van de handhaving van de teelt ervan , en voor zover het ras nog steeds voldoet aan de voorwaarden inzake onderscheidbaarheid , homogeniteit en bestendigheid . De aanvraag tot verlenging dient uiterlijk twee jaar voor de datum waarop de toelating verloopt te worden ingediend .
3. De duur van een toelating moet voorlopig verlengd worden totdat er een beslissing is genomen inzake de aanvraag tot verlenging .