Art. 19 Richtlijn 70/457/EEG

Richtlijn 70/457/EEG

Indien er wordt geconstateerd dat de teelt van een in de gemeenschappelijke rassenlijst opgenomen ras in een Lid-Staat in fytosanitair opzicht schadelijk zou kunnen zijn voor de teelt van andere rassen of gewassen , kan deze Lid-Staat , indien hij zulks verzoekt , volgens de procedure van artikel 23 worden gemachtigd om de handel in zaaizaad of pootgoed van dit ras op zijn gehele grondgebied of op een deel daarvan te verbieden . Bij onmiddellijk gevaar van verbreiding van schadelijke organismen kan dit verbod door de betrokken Lid-Staat vanaf de indiening van zijn verzoek worden uitgevaardigd , tot op het tijdstip waarop overeenkomstig de procedure van artikel 23 het definitieve besluit wordt genomen .