Art. 20 Verordening (EEG) nr. 1612/68
1. Wanneer een Lid-Staat op zijn arbeidsmarkt storingen ondergaat of voorziet, waaruit ernstige gevaren kunnen voortvloeien voor de levensstandaard en de werkgelegenheid in een gebied of een beroep, stelt hij de Commissie en de andere Lid-Staten hiervan op de hoogte en verstrekt hun daarbij alle ter zake doende gegevens.
2. De Lid-Staten en de Commissie nemen alle in aanmerking komende maatregelen ter bekendmaking hiervan, opdat de werknemers in de Gemeenschap zich niet richten op werkgelegenheid in genoemd gebied of genoemd beroep.
3. Onverminderd de toepassing van de bepalingen van het Verdrag en de daaraan gehechte protocollen kan de in lid 1 bedoelde Lid-Staat de Commissie verzoeken te constateren dat, ten einde het herstel van de situatie in genoemd gebied of genoemd beroep te verzekeren, de in de artikelen 15 tot en met 17 bedoelde compensatiemaatregelen geheel of gedeeltelijk moeten worden opgeschort.
De Commissie beslist uiterlijk twee weken nadat zij het verzoek hiertoe heeft ontvangen, over de opschorting zelf en over de duur ervan. Binnen een fatale termijn van twee weken kan iedere Lid-Staat verzoeken om intrekking of wijziging van deze beschikking door de Raad. De Raad beslist over dit verzoek binnen een termijn van twee weken.
4. Voor zover tot deze opschorting wordt besloten, geven de diensten voor de arbeidsvoorziening van de andere Lid-Staten die beschikbare arbeidsplaatsen hebben gesignaleerd geen gevolg aan de aanbiedingen van werk die rechtstreeks tot hen worden gericht door de werkgevers van de in lid 1 bedoelde Lid-Staat.