Art. 19 Verordening (EEG) nr. 1612/68
1. Tweemaal per jaar analyseren de Lid-Staten en de Commissie gezamenlijk, aan de hand van een verslag van de Commissie dat is gebaseerd op door de Lid-Staten verstrekte inlichtingen: - de resultaten van het tot elkaar brengen van aanbiedingen van en aanvragen om werk en van de communautaire compensatie;
- het aantal verrichte plaatsingen van onderdanen van niet-Lid-Staten;
- de te verwachten ontwikkeling van de arbeidsmarkt alsmede, voor zover mogelijk, het verkeer van arbeidskrachten binnen de Gemeenschap.
2. De Lid-Staten onderzoeken met de Commissie alle mogelijkheden om de beschikbare arbeidsplaatsen bij voorrang te doen bezetten door onderdanen van de Lid-Staten, ten einde een evenwicht tot stand te brengen tussen de aanbiedingen van en de aanvragen om werk in de Gemeenschap. Zij nemen alle hiertoe vereiste maatregelen.