Art. 17 Verordening (EEG) nr. 1017/68, Bestudering door de Raad van een beginselvraagstuk , betreffende het gemeenschappelijk vervoorbeleid , dat is gerezen in verband met een concreet geval
1. De Commissie stelt geen beschikking waarvoor de in artikel 16 bedoelde raadpleging verplicht is vast , v}}rdat een termijn van 20 dagen is verstreken na de dag waarop het Adviescomité zijn advies heeft uitgebracht .
2. V}}r het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn kan elke Lid-Staat verzoeken dat de Raad bijeenkomt ten einde met de Commissie de beginselvraagstukken betreffende het gemeenschappelijk vervoerbeleid te bestuderen , waarvan hij meent dat zij verband houden met het bijzondere geval waarop de beschikking betrekking zal hebben .
De Raad komt binnen 30 dagen na het verzoek van de betrokken Lid-Staat bijeen ten einde uitsluitend deze beginselvraagstukken te bestuderen .
De Commissie geeft haar beschikking pas na de Raadzitting .
3. Voorts kan de Raad te allen tijde , op verzoek van een Lid-Staat of van de Commissie , algemene vraagstukken bespreken die bij de toepassing van het mededingingsbeleid op vervoergebied rijzen .
4. In alle gevallen waarin de Raad bijeen moet komen om , krachtens lid 2 beginselvraagstukken of krachtens lid 3 algemene vraagstukken , te bespreken , houdt de Commissie in het kader van deze verordening rekening met de beleidslijnen die in de Raad naar voren zijn gekomen .