Art. 13 Verordening (EEG) nr. 1017/68, Geldigheidsduur en intrekking van de beschikkingen tot toepassing van artikel 5
1. In de overeenkomstig artikel 11 , lid 4 , of artikel 12 , lid 4 , tweede alinea , gegeven beschikking tot toepassing van artikel 5 , wordt aangegeven voor welke periode zij geldt ; deze periode is over het algemeen niet korter dan zes jaar . De beschikking kan voorwaarden en verplichtingen inhouden .
2. De beschikking kan worden verlengd , indien de voorwaarden voor de toepassing van artikel 5 vervuld blijven .
3. De Commissie kan haar beschikking intrekken of wijzigen of de betrokkenen bepaalde handelingen verbieden :
a) indien de feitelijke omstandigheden op een voor de beschikking wezenlijk punt zijn gewijzigd ,
b) indien de betrokkenen zich gedragen in strijd met een bij de beschikking opgelegde verplichting ,
c) indien de beschikking berust op onjuiste inlichtingen of door bedrog is verkregen , of
d) indien de betrokkenen misbruik maken van de in de beschikking vervatte ontheffing van de voorschriften van artikel 2 .
In de gevallen , genoemd onder b ) , c ) en d ) , kan de beschikking met terugwerkende kracht worden ingetrokken .