Art. 20 Verordening (EEG) nr. 1017/68, Verificaties door de autoriteiten van de Lid-Staten
1. Op verzoek van de Commissie verrichten de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten de verificaties welke de Commissie op grond van artikel 21 , lid 1 , nodig oordeelt of welke zij krachtens artikel 21 , lid 3 , bij beschikking heeft gelast . De functionarissen van de bevoegde autoriteiten der Lid-Staten , die belast zijn met het uitvoeren van de verificaties , oefenen hun bevoegdheden uit op vertoon van een schriftelijke opdracht , verstrekt door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de verificatie moet plaatsvinden . In deze opdracht wordt melding gemaakt van onderwerp en doel van de verificatie .
2. Personeelsleden van de Commissie kunnen , op verzoek van de Commissie of van de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de verificatie moet worden verricht , de functionarissen van genoemde autoriteit bijstaan bij het vervullen van hun opdracht .