Art. 22 Verordening (EEG) nr. 1017/68, Geldboeten
1. De Commissie kan bij beschikking aan ondernemingen of ondernemersverenigingen geldboeten opleggen van ten minste honderd en ten hoogste vijfduizend rekeneenheden , wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid :
a) bij een verzoek als bedoeld in artikel 12 , of bij een aanmelding als bedoeld in artikel 14 , onjuiste of verdraaide gegevens verstrekken ;
b) in antwoord op een verzoek als bedoeld in artikel 18 of artikel 19 , lid 3 of 5 , een onjuiste inlichting verstrekken of een inlichting niet verstrekken binnen de termijn , gesteld bij een krachtens artikel 19 , lid 5 , gegeven beschikking ;
c) bij een krachtens artikel 20 of artikel 21 verrichte verificatie geen volledige inzage geven van de ter inzage gevraagde boeken en bescheiden van het bedrijf , of zich niet onderwerpen aan verificaties welke de Commissie bij een krachtens artikel 21 , lid 3 , gegeven beschikking heeft gelast .
2. Wanneer ondernemingen of ondernemersverenigingen opzettelijk of uit onachtzaamheid :
a) inbreuk maken op artikel 2 of artikel 8 of geen gevolg geven aan een verplichting , hun opgelegd krachtens artikel 4 , lid 2 ;
b) zich gedragen in strijd met een verplichting , opgelegd krachtens artikel 13 , lid 1 , of artikel 14 , lid 4 ,
kan de Commissie bij beschikking aan deze ondernemingen of ondernemersverenigingen geldboeten opleggen van ten minste duizend en ten hoogste één miljoen rekeneenheden , of tot een bedrag van ten hoogste 10 % van de omzet van elk der betrokken ondernemingen in het voorafgaande boekjaar , indien bedoeld bedrag hoger is dan één miljoen rekeneenheden .
Bij de vaststelling van het bedrag van de geldboete wordt niet alleen rekening gehouden met de zwaarte , maar ook met de duur van de inbreuk .
3. Het bepaalde in artikel 16 , leden 3 tot en met 6 , en in artikel 17 is van toepassing .
4. De beschikkingen , gegeven krachtens het eerste of tweede lid , hebben geen strafrechtelijk karakter .