Art. 19 Verordening (EEG) nr. 1017/68, Verzoek om inlichtingen
1. Ter vervulling van de taken welke haar zijn opgedragen in deze verordening , kan de Commissie alle noodzakelijke inlichtingen inwinnen bij de Regeringen en de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten , alsmede bij ondernemingen en ondernemersverenigingen .
2. Wanneer de Commissie tot een onderneming of ondernemersvereniging een verzoek om inlichtingen richt , zendt zij gelijktijdig een afschrift van dit verzoek aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de zetel van die onderneming of ondernemersvereniging zich bevindt .
3. In haar verzoek wijst de Commissie op de rechtsgrond en het doel van die verzoek ; tevens wordt gewezen op de sanctie waarin artikel 22 , lid 1 , sub b ) , voorziet voor het verstrekken van een onjuiste inlichting .
4. Tot het verstrekken van de gevraagde inlichtingen zijn verplicht : de eigenaren van een onderneming of degenen die hen vertegenwoordigen , en , in het geval van rechtspersonen en van vennootschappen en van verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid : degenen die volgens de wet of de statuten belast zijn met de vertegenwoordiging .
5. Indien een onderneming of ondernemersvereniging de gevraagde inlichtingen binnen de door de Commissie gestelde termijn niet dan wel onvolledig verstrekt , verlangt de Commissie de inlichtingen bij beschikking . Deze beschikking omschrijft de gevraagde inlichtingen , stelt een passende termijn vast binnen welke deze moeten worden verstrekt en wijst op de in artikel 22 , lid 1 , sub b ) , en in artikel 23 , lid 1 , sub c ) , voorziene sancties , alsmede op het recht om tegen de beschikking in beroep te gaan bij het Hof van Justitie .
6. De Commissie doet gelijktijdig een afschrift van haar beschikking toekomen aan de bevoegde autoritcit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan zich de zetel van de onderneming of ondernemersvereniging bevindt .