Art. 14 Verordening (EEG) nr. 804/68
1. Tot en met 31 december 1969 worden op de invoer van de in artikel 1 , sub a ) 1 , genoemde produkten de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief toegepast .
2. Bij de invoer van de in artikel 1 , sub a ) 2 en sub b ) tot en met g ) , genoemde produkten wordt een heffing toegepast .
3. De in lid 2 bedoelde produkten kunnen worden onderverdeeld in groepen . Voor iedere groep wordt een hoofdprodukt aangeduid . De andere produkten van een groep worden hierna " gekoppelde produkten " genoemd .
Voor zover de heffing voor de produkten van een groep niet volgens bijzondere bepalingen wordt vastgesteld , is deze gelijk aan de drempelprijs van het hoofdprodukt , verminderd met de prijs franco-grens .
In afwijking van het bepaalde in de tweede alinea wordt evenwel voor produkten waarvan het douanerecht in het kader van het G.A.T.T . is geconsolideerd , de heffing beperkt tot het uit deze consolidatie voortvloeiende bedrag .
4. Voor ieder hoofdprodukt wordt op basis van de gunstigste aankoopmogelijkheden in de internationale handel voor produkten van de betrokken groep een prijs franco-grens van de Gemeenschap vastgesteld . Daarbij blijven echter de gekoppelde produkten waarvoor de heffing niet gelijk is aan de voor hun hoofdprodukt geldende heffing , buiten beschouwing .
Bij de vaststelling van de prijzen franco-grens wordt rekening gehouden met de eventuele verschillen tussen het produkt waarvoor een prijs wordt geconstateerd en het hoofdprodukt , voor zover deze verschillen van invloed zijn op de verhandeling van het betrokken produkt .
5. De toe te passen heffing is die welke ge'dt op de dag van invoer .
6. De Raad stelt op voorstel van de Commissie volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag vast :
_ de produktengroepen en de onderscheidene hoofdprodukten ,
_ de bijzondere bepalingen inzake de berekening van de heffingen .
7. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel , met name die betreffende de vaststelling van de prijzen franco-grens en , eventueel , de marge waarbinnen de veranderingen van de berekeningselementen van de heffing geen wijziging van de heffing ten gevolge hebben , worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30 .
8. De Commissie stelt de in dit artikel bedoelde heffingen vast .