Art. 13 Verordening (EEG) nr. 804/68
1. Voor invoer in de Gemeenschap van de in artikel 1 genoemde produkten moet een invoercertificaat worden overgelegd . Uitvoer van deze produkten uit de Gemeenschap kan afhankelijk worden gesteld van het overleggen van een uitvoercertificaat .
2. Het certificaat wordt door de Lid-Staten afgegeven aan elke belanghebbende die daartoe het verzoek doet , ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap .
Dit certificaat is geldig voor invoer in of uitvoer uit de Gemeenschap welke plaatsvindt vanaf een , op voorstel van de Commissie door de Raad volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag vast te stellen datum , doch uiterlijk vanaf
_ 1 januari 1970 voor de in artikel 1 , sub a ) 1 , genoemde produkten , en
_ 1 augustus 1969 voor de overige in artikel 1 genoemde produkten .
Tot deze data is dit certificaat slechts geldig voor de invoer in of uitvoer uit de Lid-Staat die het certificaat heeft afgegeven .
De afgifte van deze certificaten is afhankelijk van het stellen van een waarborg , als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot in - of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat ; deze waarborg wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd indien de in - of uitvoer niet , respectievelijk slechts ten dele , binnen deze termijn plaatsvindt .
3. De lijst van produkten waarvoor uitvoercertificaten worden vereist , wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 30 .
Volgens dezelfde procedure worden de geldigheidsduur van de certificaten en de overige uitvoeringsbepalingen van dit artikel vastgesteld .