Rb. Rotterdam 22 april 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:3048
Opheffing van een voorlopige voorziening. Hoewel het college bij het afgeven van instemmingsbesluiten als bedoeld in artikel 5.4 Telecommunicatiewet 2 aanbieders ongelijk heeft behandeld, hetgeen eerder aanleiding vormde voor een ordemaatregel, is de voorzieningenrechter thans van oordeel dat met betrekking tot de nu voorliggende aanvragen en instemmingsbesluiten inzake Born en omgeving geen sprake is van volledig gelijke gevallen, omdat ook thans nog de aanvraag van een van de aanvragers incompleet is. Verder overwegingen omtrent de reikwijdte van art. 5.4 Teelcommunicatiewet, het begrip medegebruik van voorzieningen en de bevoegdheid van de voorzieningenrechter.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Rotterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2578
- Rb. Rotterdam 4 april 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2508
- Rb. Rotterdam 11 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1782
- Rb. Rotterdam 18 mei 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:4237
- Rb. Rotterdam 28 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3733
- Rb. Rotterdam 16 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3328
- Rb. Rotterdam 21 oktober 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:9443
- Rb. Midden-Nederland 13 mei 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:3435
- Rb. Rotterdam 1 november 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:8582