Rb. Rotterdam 19 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5645
Afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester bevoegd was de woning van verzoekers op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet te sluiten gelet op de aanslag op de woning met een explosief. De burgemeester heeft van deze bevoegdheid gebruik mogen maken omdat de sluiting een geschikt middel is voor het beëindigen of voorkomen van een verstoring van de openbare orde rond een woning. De sluiting is noodzakelijk omdat de burgemeester, mede gelet op de vele al genomen veiligheidsmaatregelen, niet kon volstaan met minder grijpende middelen. De burgemeester heeft de belangen die gediend zijn met de sluiting van de woning zwaarder mogen laten wegen dan de belangen van verzoekers. De voorzieningenrechter oordeelt daarnaast dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van de verzoeken om te bepalen dat de burgemeester onrechtmatig heeft gehandeld door criminaliserende uitspraken te doen en dat hij geen nieuwe onrechtmatige uitspraken mag doen en om te bepalen dat de burgemeester bepaalde veiligheidsmaatregelen moet nemen. Deze verzoeken komen neer op een verklaring voor recht. Hiervoor moet de loodgieter bij de burgerrechtelijke (voorzieningen)rechter zijn. De processuele connexiteit ontbreekt.
De uitspraak op rechtspraak.nl