Rb. Rotterdam 16 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3328
Bestuurlijke boete. In beroep heeft eiseres zich, net als in bezwaar, op het standpunt gesteld dat hoofdstuk III van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 852/2004 van toepassing is, zodat verweerder ten onrechte de hygiëne van haar levensmiddelenbedrijf heeft beoordeeld aan de hand aan hoofdstuk I van die bijlage. Dit standpunt wordt niet gevolgd, want het magazijn is geen tijdelijke ruimte als bedoeld in hoofdstuk III. Kortsluiting en connexiteit. De voorzieningenrechter doet direct uitspraak in de hoofdzaak. De verzoeken om voorlopige voorziening worden echter niet afgewezen, maar de voorzieningenrechter verklaart zich ten aanzien van één verzoek onbevoegd en verklaart de andere verzoeken niet-ontvankelijk. De bestuursrechter is namelijk niet bevoegd een verklaring voor recht te geven, terwijl de andere verzoeken zien op andere besluiten dan het besluit dat in de hoofdzaak voorligt.
De uitspraak op rechtspraak.nl