Rb. Rotterdam 1 november 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:8582
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de manier waarop het college invulling heeft gegeven aan de coördinerende rol die hij op grond van artikel 5.4 Telecommunicatiewet heeft bij werkzaamheden die derdepartij en verzoeksters willen uitvoeren in of op openbare gronden in verband met de aanleg van glasvezelkabels leidt tot ongelijke behandeling van partijen, zonder dat daarvoor een redelijke grondslag is.
De uitspraak op rechtspraak.nl