Art. 5.4 Telecommunicatiewet, Openbare gronden
1. De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk die het voornemen heeft werkzaamheden uit te voeren in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels, gaat slechts over tot het verrichten van deze werkzaamheden indien deze:
a. het voornemen daartoe schriftelijk heeft gemeld bij burgemeester en wethouders van de gemeente binnen wier grondgebied de uit te voeren werkzaamheden plaats zullen vinden, en
b. van burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen omtrent de plaats, het tijdstip, en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden.
2. Burgemeester en wethouders nemen het instemmingsbesluit binnen acht weken na ontvangst van de schriftelijke melding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. De termijn van acht weken kan worden verlengd met ten hoogste acht weken. Zij kunnen om redenen van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening in het instemmingsbesluit voorschriften opnemen.
3. De voorschriften kunnen slechts betrekking hebben op:
a. de plaats van de werkzaamheden;
b. het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het tweede lid, niet later mag liggen dan 12 maanden na de datum van afgifte van het instemmingsbesluit;
c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;
d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;
e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken.
4. De gemeenteraad stelt met betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden bij verordening regels vast die in ieder geval betrekking hebben op: met ernstige belemmering of storing van de communicatie.
a. het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden, waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;
b. de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder het uitvoeringsplan;
c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg, instandhouding en opruiming;
d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;
e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken;
f. de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in verband
5. In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden van al dan niet ingrijpende aard.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verordening.
7. Indien een gemeente gedoogplichtig is, vindt artikel 5.3 geen toepassing voor zover de belangen van de gemeente kunnen worden behartigd in het door burgemeester en wethouders te verlenen instemmingsbesluit.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS A-G Widdershoven 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4116
- HR 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1467
- Rb. Rotterdam 21 oktober 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:9443
- Rb. Rotterdam 22 april 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:3048
- Hof Arnhem-Leeuwarden 2 juli 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:4677
- Rb. Rotterdam 14 november 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:9835
- Rb. Rotterdam 15 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5815
- Rb. Rotterdam 20 juni 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4911
- Rb. Rotterdam 4 april 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2508
- Rb. Rotterdam 28 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3663
- Rb. Midden-Nederland 13 mei 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:3435
- HR 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2199
- Rb. Utrecht 12 september 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6935
- Rb. Rotterdam 2 juni 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4592
- Rb. Rotterdam 19 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3265
- Conclusie A-G IJzerman 25 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:760
- Conclusie A-G IJzerman 20 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2238
- Rb. Rotterdam 2 oktober 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:9099
- Rb. Rotterdam 15 november 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10667
- Rb. Rotterdam 6 oktober 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:8320