Rb. Rotterdam 24 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10418

ACM heeft een huurbemiddelingsbureau een last onder dwangsom opgelegd teneinde te voorkomen dat nog langer kosten in rekening worden gebracht aan de consument-huurder die door de huurmakelaar worden gemaakt in het kader van de uitvoering van bemiddelingsovereenkomsten in het geval van tweezijdige bemiddeling. Voorts is besloten tot publicatie van de last. De voorzieningenrechter doet na de beslissing op bezwaar gelijk uitspraak in de hoofdzaak. Er is sprake van een overtreding. De ACM handelt niet in strijd met het verbod van willekeur door handhavend op te treden tegen de de huurbemiddelaar, zonder tegelijkertijd ook in dezelfde regio op te treden tegen andere huurbemiddelaars. De ACM mag volstaan met het in eerste instantie selecteren van een aantal overtreders verspreid over Nederland en mag bij de selectie zwaar tillen aan recidive. Gelet op de omstandigheid dat eerder een voorlopige voorziening is getroffen en verzoekster ook hangende beroep een voorlopig rechtmatigheidsoordeel over de lastoplegging wenst alvorens zij dwangsommen verbeurt (vgl. ECLI:NL:RBROT:2012:BV6089), ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding tot het treffen van een beperkte voorlopige voorziening in de hoofdzaak in de zin van artikel 8:72 lid 5 Awb. De voorzieningenrechter zal bepalen dat de begunstigingstermijn wordt verlengd tot twee weken na de datum volgende op de datum van bekendmaking van de uitspraak aan verzoekster. Binnen die termijn kan verzoekster alsnog de last naleven zonder dwangsommen te verbeuren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken