HR 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3122
Economische zaak. OM-cassatie. Taxivervoer zonder vergunning. No-verklaring in vervolging omdat verdachte vanwege tlgd. feit reeds een dwangsom heeft verbeurd. Hof heeft terecht geoordeeld dat art. 68 Sr n.v.t. is, omdat niet sprake is van meerdere onherroepelijke beslissingen van de strafrechter. ’s Hofs oordeel dat vervolging t.z.v. tlgd. feit in strijd is met aan art. 68 Sr ten grondslag liggend ne bis in idem-beginsel en dat OM dientengevolge n-o moet worden verklaard in de vervolging, is echter onjuist. De omstandigheid dat een gedraging die, na een vanwege een eerdere overtreding van de Wet Personenvervoer 2000 opgelegde last onder dwangsom, het verbeuren van die dwangsom ten gevolge heeft, tevens aanleiding is voor strafvervolging, brengt niet met zich dat sprake is van de uitzonderlijke situatie a.b.i. ECLI:NL:HR:2015:434 waarin twee procedures over een identieke verweten gedraging hun directe oorsprong vonden in hetzelfde feit met sterk gelijkende gevolgen. HR merkt nog op dat niets eraan in de weg staat dat de strafrechter het mede n.a.v. het bewezenverklaarde feit verbeuren van een dwangsom als relevante omstandigheid bij de strafoplegging betrekt. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/01740.
De uitspraak op rechtspraak.nl