Rb. Rotterdam 27 januari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:419
De ACM heeft vanwege een aantal overtredingen van de Wet handhaving consumentenbescherming lasten onder dwangsom opgelegd aan commerciële bemiddelingswebsites die ervoor zorgen dat namens consumenten tegen betaling aanvragen worden ingediend op overheidswebsites en hun moedervennootschap. De commerciële websites hebben nadat zij opgehouden zijn te bestaan het beroep ingesteld, zodat hun beroepen niet ontvankelijk zijn. Het beroep van de moedervennootschap tegen de lasten onder dwangsom slaagt niet. Er is geen sprake van handelen van de ACM in strijd met het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel, de lasten onder dwangsom zijn concreet en specifiek genoeg om deze deugdelijk uit te kunnen voeren en de begunstigingstermijn is niet onredelijk kort. Het beroep van de moedervennootschap tegen de invorderings- en publicatiebesluiten is eveneens ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 19 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:176
- CBb 25 augustus 2020, ECLI:NL:CBB:2020:581
- CBb 18 februari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:92
- Rb. Rotterdam 24 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10418
- Rb. Rotterdam 25 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6011
- CBb 28 mei 2019, ECLI:NL:CBB:2019:219
- CBb 30 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:162
- CBb 30 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:163
- CBb 19 maart 2018, ECLI:NL:CBB:2018:121
- Hof 's-Hertogenbosch 22 april 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ9911