Rb. Rotterdam 11 maart 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:2004

Wanneer een abonnee overstapt van de ene naar een andere telecomaanbieder, kan hij daarbij zijn telefoonnummer(s) meenemen. Dit wordt nummerportering genoemd. De telecomaanbieder waarvan de abonnee overstapt kan daarvoor kosten in rekening brengen bij de telecomaanbieder waarnaar de abonnee overstapt. De kosten die eerstgenoemde telecomaanbieder in rekening brengt kan de laatstgenoemde telecomaanbieder rechtstreeks of indirect afwentelen op de eindgebruiker, hetgeen tot hogere tarieven kan leiden en daarom tot overstapdrempels. Gelet op artikel 4.10, zevende lid, aanhef en onder b, van de Tw – dat een implementatie vormt van artikel 30, tweede lid, van de Universeledienstrichtlijn – moet het tarief voor nummerportering kostengeoriënteerd zijn. Deze bepaling heeft tot doel de overstapdrempels zo veel mogelijk weg te nemen. Private Mobility heeft bij de ACM een aanvraag om geschilbeslechting ingediend omdat volgens haar de tarieven van KPN voor nummerportering niet kostengeoriënteerd waren. In het kader van deze aanvraag meldden zich nog vijf andere telecomaanbieders. De ACM heeft na onderzoek ambtshalve geoordeeld dat de tarieven van KPN niet kostengeoriënteerd waren. Zij heeft daarom aan KPN een bindende aanwijzing gegeven. KPN heeft vervolgens een nieuw tarief vastgesteld waarmee de ACM heeft ingestemd. In bezwaar en beroep verschillen partijen van mening over de vraag welk bedrag KPN mag rekenen voor nummerportering en of en in welke mate de bindende aanwijzing aan KPN dient terug te werken in de tijd. Dit geschil ziet overigens niet op mobiele telefonie, maar enkel op vaste nummers. Dit zijn zowel geografische als niet-geografische nummers.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken