Rb. Limburg 28 mei 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:4336

In deze zaak is het Nederlanderschap van eiser ingetrokken, omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het plegen van (voorbereidingshandelingen voor) een terroristisch misdrijf. Naar het oordeel van de rechtbank is de intrekking op de juiste wettelijke grondslag geschied. Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij door het intrekkingsbesluit staatloos wordt en dat er sprake is van een schending van het discriminatieverbod. Naar het oordeel van de rechtbank is er evenmin sprake van een schending van het ne bis in idem- beginsel en kan de intrekking evenmin worden aangemerkt als een criminal charge. Het intrekkingsbesluit voldoet aan de eisen van evenredigheid en proportionaliteit en kan eveneens de Unierechtelijke toets doorstaan. Voor een beoordeling van de artikelen 3 en 8 van het EVRM is in deze beroepsprocedure geen ruimte. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken