ABRvS 5 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2861

Bij besluit van 28 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op [geboortedatum] 1989 geboren in Arbil, Irak. In 1999 hebben zijn ouders, samen met [appellant] en zijn broers en zussen, Irak verlaten. Bij besluit van 7 februari 2005 is aan [appellant] een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. Bij Koninklijk Besluit van 26 juli 2008 is aan [appellant] het Nederlanderschap verleend. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De staatssecretaris heeft hierbij in aanmerking genomen dat de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam in een vonnis van 23 oktober 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:8265, bewezen heeft verklaard dat [appellant] voorbereidende handelingen heeft verricht om af te reizen naar Syrië om daar deel te nemen aan de gewapende strijd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken