Art. 17 Europees Verdrag inzake nationaliteit, Rechten en plichten inzake meervoudige nationaliteit
Europees Verdrag inzake nationaliteit
1. Onderdanen van een Staat die Partij is, die in het bezit zijn van een andere nationaliteit, hebben, op het grondgebied van die Staat die Partij is en waarop zij verblijven, dezelfde rechten en plichten als andere onderdanen van die Staat die Partij is.
2. De bepalingen van dit hoofdstuk doen geen afbreuk aan:
a. de regels van het internationaal recht inzake diplomatieke of consulaire bescherming door een Staat die Partij is, van een van zijn onderdanen die tegelijkertijd een andere nationaliteit bezit;
b. de toepassing van de regels van het internationaal privaatrecht van elke Staat die Partij is, in gevallen van meervoudige nationaliteit.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3045
- ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2093
- ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2458
- ABRvS 28 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2366
- ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2094
- Rb. Limburg 28 mei 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:4336
- Rb. Den Haag 4 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8384
- Rb. Den Haag 4 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8383
- ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5732
- Rb. Rotterdam 7 augustus 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6340
- Rb. Den Haag 4 maart 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:2814