Rb. Den Haag 16 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9682
De intrekking van het Nederlanderschap van een persoon met een tweede nationaliteit na veroordeling door de strafrechter wegens het plegen van meerdere terroristische misdrijven (Syrië) is geen maatregel in strijd met verbod van discriminatie. Die maatregel kan iedere persoon met een dubbele nationaliteit treffen die voor deze misdrijven is veroordeeld. Het is de uitdrukkelijke keuze van de wetgever geweest dat na een onherroepelijke veroordeling wegens terroristische misdrijven het Nederlanderschap wordt ingetrokken, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. De intrekking hoefde in dit geval niet vanwege bijzondere omstandigheden achterwege te blijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 134a Sr
- Artikel 6 WED
- Artikel 6 BIS
- Artikel 7 BIS
- Artikel 8 BIS
- Artikel 79 KEW
- Artikel 80 KEW
- Artikel 14 RWN
- Artikel 4:84 Awb
- Artikel 8:29 Awb
- Artikel 33b Wet explosieven voor civiel gebruik
- Artikel 55 WWM
- Artikel 68a BvvN
- Artikel 3 EVRM
- Artikel 5 EVRM
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 7 Europees Verdrag inzake nationaliteit