Rb. Gelderland 21 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3993

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van 7 februari 2024 om het Nederlanderschap van eiser in te trekken. Op dezelfde datum heeft de minister van Asiel en Migratie aan eiser een inreisverbod voor de duur van 20 jaar en een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Op dat beroep doet de rechtbank eveneens vandaag uitspraak. Het beroep is ongegrond. De rechtbank schetst eerst onder 3 tot en met 4.1 een beeld van de onderhavige zaak en de aanleiding voor het bestreden besluit. Onder 5 gaat de rechtbank in op twee processuele beroepsgronden van eiser, namelijk de beroepsgrond dat de staatssecretaris geen compleet dossier zou hebben aangeleverd bij de rechtbank en de beroepsgrond dat de staatssecretaris onvoldoende zou hebben gereageerd op de bezwaargronden van eiser. Onder 6 gaat de rechtbank in op de vraag of de intrekking van het Nederlanderschap in strijd is met het ne bis in idem beginsel en het verbod op discriminatie. Daarna, onder 7 tot en met 7.2, gaat de rechtbank in op de vraag of de intrekking van het Nederlanderschap in strijd is met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder d, van het Europees Verdrag inzake Nationaliteit (EVN). Onder 8 en 8.1 gaat de rechtbank in op de vraag of sprake is van een functioneel onweerlegbare rechtspresumptie die in strijd is met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel. Onder 9 tot en met 9.3 gaat de rechtbank in op de vraag of de intrekking van het Nederlanderschap in strijd is met de belangenafweging zoals voorgeschreven door artikel 68a van het Besluit Verkrijging en Verlies Nederlanderschap (BVVN). Tot slot gaat de rechtbank onder 10 tot en met 10.5 in op de vraag of de intrekking van het Nederlanderschap in strijd is met artikel 8 van het EVRM.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken