ABRvS 11 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3604
Bij besluit van 5 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op [geboortedatum] 1992 geboren in Kabul, Afghanistan. Hij heeft toen via zijn ouders de Afghaanse nationaliteit verkregen. Op 26 juni 1996 is hij in Nederland in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel. Op 13 november 1999 heeft hij het Nederlanderschap verkregen. Hij hoefde toen geen afstand te doen van de Afghaanse nationaliteit. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat hij onherroepelijk is veroordeeld wegens terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht. De staatssecretaris verwijst daarvoor allereerst naar het strafvonnis van de rechtbank Gelderland van 15 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3246. Daaruit blijkt dat de rechtbank [appellant] voor het medeplegen van een poging tot deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, heeft veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2458
- ABRvS 28 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2366
- ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2093
- ABRvS 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:149
- ABRvS 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3045
- Rb. Rotterdam 8 oktober 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:8958
- Rb. Gelderland 15 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3246